Onderstaand artikel verscheen in het katern Werken van dagblad Tubantia, op dinsdag 21 november 2006.
Tekst: Jan Ruesink, Foto: Emiel Muideman

Kantoormedewerker moet weer wauw!-gevoel krijgen

De Nederlandse kantoren worden niet meer bevolkt door tikgeiten die honderd aanslagen per minuut moeten halen en papiervreters die maar nota na nota uitspuwen. Met de komst van de kenniseconomie moet er meer worden nagedacht, gebrainstormd en ontwikkeld op de burelen. Dat vereist een totaal andere benadering van de kantoorinrichting. De omgeving moet niet tot transpiratie, maar tot inspiratie aanzetten. Personeel moet zich er lekker voelen, dat wauw-gevoel krijgen. Het moeten vreselijke jaren zijn geweest voor de kantoorinrichters. Bijna geen nieuwbouwprojecten en veel op kosten beknibbelende opdrachtgevers. Voor de kantoorarchitecten was het al even rampzalig: overal bakbeesten van pc’s op grote hoekbureaus, lamellen voor alle ramen en dan vaak ook nog eens onpersoonlijke, zakelijke bureaus, want in de wisselwerkplek-filosofie moest iedereen even makkelijk kunnen aanschuiven aan elk bureau. Die tijd is voorbij.

‘Gelukkig voor ons, maar ook voor de mensen die in de kantoren werken’, constateert verkoopleider Niek Termijtelen van projectinrichter Wellinga in Enschede. Moest zijn bedrijf in de voorbije recessiejaren na ruim een halve eeuw bestaan pas op de plaats maken, nu is er bij de klant weer volop ruimte tot investeren, merkt hij. Niet zozeer in meer ruimte per werknemer of nog duurdere apparaten en meubeltjes, maar in meer beleving en emotie. In de moderne kantooromgeving moet de werknemer gedijen, zich lekker voelen, inspiratie opdoen en afstand kunnen nemen. Tegelijk moet er gelegenheid zijn voor allerlei soorten werk: geconcentreerd schrijven of lezen, vergaderen, een-op-eengesprekken en brainstormen. Dat kan niet allemaal aan dat bureau war de pc staat te zoemen en elke tien minuten het seintje ‘nieuw e-mailbericht’ afgeeft.

De nieuwe manier van werken vraagt om nieuwe kantoorconcepten en die toont Wellinga volgende week donderdagmiddag 30 november op een beurs in het Rabotheater in Hengelo. Negen trendsettende leveranciers, waaronder Sedus, Thonet en Fantoni tonen daar hun nieuwste meubelen, apparatuur, vloerbedekking en raambekleding. En omdat die bedrijven vooral goed zijn in de ‘spulletjes’, zal het idee achter het moderne kantoor worden verwoord door Erick Wuestman uit Harfsen, een architect waar Wellinga veel mee samenwerkt en die al diverse aansprekende projecten in het hele land op zijn naam heeft staan. Wuestman noemt zich creator van stimulerende leer- en werkomgevingen. Hij ontwierp kantoren, maar ook scholen zoals de nieuwe lokatie van het Stedelijk Lyceum in ‘t Zwering in Enschede, waar 'leerateliers’ gecreëerd zijn waar de leerlingen naar keuze geïsoleerd of juist sociaal kunnen leren. ‘Een kantoorarchitect moet op een andere manier naar leer- en werkconcepten kijken’, legt Wuestman uit. ‘Bij een school stel je je vooral lange gangen en klaslokalen voor, maar dat idee moet je zien los te laten. Je moet er door gesprekken achter zien te komen wat leerlingen of werknemers er doen en in welke richting zich dat begeeft. Je moet dus een beetje zien voor te lopen want de inrichting kan zo’n proces ondersteunen, als hefboom werken.


Het leeratelier van Stedelijk Lyceum in ‘t Zwering waar leerlingen geconcentreerd dan wel in gezelschap kunnen leren is ook voor werknemers een toepasnbaar concept.

'Het is bij zo’n concept heel belangrijk hoe het gebruikt wordt. Bij een traditionele inrichting met saaie, grijze tafels lever je de meubels af en de mensen gaan er vanzelf wel op werken. Maar nieuwe concepten moeten door een bedrijfscultuur ondersteund worden. Je kunt wel een fauteuil met beensteun in het kantoor neerzetten zodat mensen daar geconcentreerd een rapport kunnen lezen, maar als de chef zijn wenkbrauwen fronst elke keer als hij er iemand op ziet zitten, dan werkt het niet. Je moet dan eerst af van het idee dat iemand alleen maar goed zijn werk doet als hij braaf achter zijn pc zit te rammen’.

Volgens Wuestman komt het inrichten van kantoren (maar ook van scholen) erop neer dat werknemers er zich prettig voelen. ‘Werkgevers moeten weer vechten om personeel en met inrichting kun je uitstralen dat je aandacht voor je mensen hebt. Uit onderzoek is gebleken dat de productiviteit en werknemerstevredenheid stijgen als er in inrichting wordt geïnversteerd. Niet zozeer door de wijze van inrichting, maar door het feit dat het management ermee aangeeft dat het personeel ertie doet. Wie wil er nou graag werken of komen te werken temidden van allemaal oude troep?’ De financiële middelen zijn er weer, de noodzaak (om personeel te binden) ook en de techniek biedt ook een helpende hand. Pc’s zijn namelijk niet meer die onooglijke bakbeesten die veel ruimte innemen en die precies zo moeten staan dat er geen hinderlijk licht op valt.

Bovendien wordt het moderne kantoor steeds meer draadloos. Dat biedt volgens Wuestman nieuwe mogelijkhedne tot inrichting en flexibiliteit daarin. Met die nieuwe mogelijkheden kan niet alleen ingespeeld wprden op het ‘wauw!’-gevoel, maar op alle mogelijke emoties op het werk: veiligheid, sociaal contact, inspiratie, maar ook teleurstelling en boosheid. Wuestman: ‘Natuurlijk wil een rapport eens niet vlotten of loopt de planning een keer in het honderd. Vroeger kon je dan kwaad een prop papier in de mand gooien. Maar als je daar achter je computer zit, span je je spieren steeds verder aan en word je een opgeblazen kikker. Dat komt omdat de stress dan geen kant uit kan. Want op stress moet een mens eigenlijk reageren met vlucht- of aanvalsgedrag en dat kun je alleen staande en als je de ruimte krijgt. Als je een staplek creëert kun je die energie veel beter kwijt. Hang desnoods een boksbal aan het plafond. Zo kan de inrichting op een slimme manier helpen je emoties te kanaliseren.


In Kader:

Waarom niet eens een schommel of totempaal plaatsen?
De wijze van inrichting kan de sfeer beinvloeden en sturen. Zo kan een huiselijk sfeer de werknemers wat meer op hun gemak doen voelen, maar soms moet de inrichting juist ‘weg ’van huis en kantoor. Wuestman: 'In functies waar een beroep op spiritualiteit en creativiteit wordt gedaan, moet de omgeving juist losgemaakt worden van huis en kantoor. Dan kun je denken aan natuurelementen’.
Wat Wuestman ook belangrijk vindt is dat er in de grote kantoorgebouwen van tegenwoordig weer aandacht komt voor identiteit van de afdeling. ‘Veel kantoren hebben door de wisselwerkplek een uitwisselbaar gezicht gekregen. Er zijn wel verschillende soorten werkruimtes, maar elke verdieping ging er toch hetzelfde uitzien. Door speels gebruik te maken van kleur, materiaal, licht, vorm, geluid en desnoods geur kun je elke afdeling weer een eigen identiteit geven binnen het grote geheel. Dat hoeft niet altijd met functionele elementen, waarom zou je niet eens ergens een totempaal, een schommel of een boomstam kunnen neerzetten? Je hoeft daarbij echt niet alleen aan reclamebureaus te denken. Als het maar aansluit bij de mensen en het werk. Dat bezorgt je personeel weer dat wauw-gevoel.'

< terug naar artikeloverzicht