Living Tomorrow
/Facilitair zintuig

Afgelopen weken heb ik twee maal "Living Tomorrow Amsterdam" bezocht. Het recent geopende en boeiende "Huis van de Toekomst" naast de ArenA.

De eerste keer was ik daar met een groep professionals. Wat mij daarvan het meest is bijgebleven is de scepsis van de bezoekers. Het lijkt een sport om vingers op zere plekken te leggen. Voorspellingen en voorproefjes worden blijkbaar liever ontworteld dan omarmd. Blijkbaar hoeven we de toekomst niet zo nodig als het aan de professionals ligt. Of het is een vorm van borstklopperij om het zelf beter te weten.

Het tweede bezoek was met mijn gezin. Ik was benieuwd of er op een gewone (zon)dag met gewone bezoekers hetzelfde sfeertje zou hangen. Dat viel mee. De aanwezige particuliere bezoekers vielen over het algemeen wel voor het gezellige wasbeertje dat de wasmachine helpt inpakken en tandenpoetsende spiegels. Misschien dat bij deze groep de verwondering groter is en zij meer met het beeld van "als dit toch eens mijn eigen huis zou zijn" rondliepen.

Ondertussen kan ik mijn "Facilitaire Zintuig" niet uitschakelen en bekruipt mij de angst dat we in de toekomst vooral de mens en de functionaliteit niet moeten vergeten in de bebouwde omgeving. En dat we er nog niet zijn, in die toekomst, wordt ook menigmaal duidelijk.

Net voor een demonstratie intelligente biometrische toegangscontrole en persoonsherkenning moet de rondleidster eerst met een ordinair ouderwets sleuteltje het demonstratie kastje openen, dat pal onder het slimme toegangspaneel hangt. Het heeft iets slapstick achtigs. Daar geniet ik van. Net als van mopperende software waardoor zichtbaar wordt dat sommige functies er wel aan komen maar nu nog het niveau van "doorgestoken kaart" niet overstijgen.

Wat mij echter verbaast is de vertaalslag van het tonen van snufjes, naar het gebouw. Een van de voornaamste doelstellingen is bezoekers ontvangen, hen toepassingen laten zien, er verhalen over te vertellen en hen ervaringen te laten opdoen. Dat in het "kantoorgedeelte van de toekomst" de ICT kasten zo hard brommen en koelen dat je moeite moet doen de spreekster te verstaan vind ik dan pijnlijk. Dat de temperatuursverschillen in het gebouw opmerkelijk fors zijn geeft ook te denken.

Dat het publiek, dat zich wat de ruimtes betreft met moeite weet te groeperen rond de toelichtende spreekster, al luisterend ergens tegen wil leunen en houvast zoekt is blijkbaar een verrassing. Wie nu tegen wanden en kasten probeert te leunen ontgrendelt allerlei wandpanelen waardoor stiekeme kasten zichzelf openen en heerlijk zichtbaar wordt dat we zeker nog niet in een draadloos tijdperk leven en niet alles High-Tech is wat er blinkt.

< terug naar columnoverzicht