Ik heb drie dagen doorgebracht op de Facility Beurs in Den Bosch. Meer bijzonder, in de Schoolfacility’s hal. Gezellige onderonsjes en heel veel oude bekenden. Ik stond op een stand van een leverancier die een door mij ontworpen “landingsite’ op de markt brengt en was er getuige van dat er nieuwsgierig aan werd geplukt en velen er overtuigend tegen aan hebben geleund. Ik krijg daar altijd zo’n Hannibal van “the A-team” gevoel van. “I love it when a plan comes together”. Taatarataaa taataratataaaaa!!!
Maar niet iedereen kende datzelfde feestgevoel. Zo was op de eerste dag de opkomst blijkbaar groter dan ingeschat want tussen de middag was er op de hele beurs geen broodje meer te krijgen. Een noodrantsoen worstebroodjes moest de klanten in toom zien te houden. Het speciale klaslokaal voor onderwijslezingen bleef vrijwel ongebruikt. Het publiek kon de ingang niet vinden en had geen idee wat zich daar binnen afspeelde. Een enkeling die zich wel binnen waagde werd aanvankelijk eerst weer naar buiten gestuurd om zich elders te registreren.
Een mooie demonstratie van wat het vak facility management inhoudt. Dat facilities tot de “low interest” producten wordt gerekend is een gegeven, maar wanneer je juist op dergelijke punten steekjes laat vallen dan kun je er op rekenen dat daar kritische geluiden op volgen, zelfs wanneer je iedereen een borrel aanbiedt als compensatie voor de ongemakken.
Over alles wat goed is gegaan hoor je niemand. Dat vinden we normaal. Wat dat betreft zijn we als consument natuurlijk erg verwend. Dat merk je ook op de beursvloer. Je moet al aardig uitpakken wil je de aandacht vangen van de toevallige voorbijganger. Dat ligt anders voor de gerichte bezoekers. Wie met een bepaald doel naar een beurs gaat treft veel informatie en kan daar volop kennis(sen) opdoen. Zo blijkt uit mijn eenvoudige vergelijkend warenonderzoekje dat gespecialiseerde stands een gelukkigere beurs hebben gehad dan standhouders met een meer generalistisch aanbod.
Zo komt het toch weer neer op het kunnen aanspreken van je doelgroep. Weten wie je klant is en de kunst beheersen hem / haar over te halen interesse te krijgen in wat jij te bieden hebt. De juiste chemie tussen de vraagzijde en de aanbodzijde dus. Klantenbinding en relatienetwerken blijven minstens zo belangrijk als de juiste producten in huis hebben.
Toch blijft “the A-Team” mijn grote voorbeeld. Een partnership tussen zeer verschillende maar ieder voor zich talentvolle en gedreven professionals. Zo ziet in mijn ogen ook de ideale relatie tussen de aanbieder, een eventuele intermediair en de gebruiker er uit. En dat faciliteren mag dan low interest heten, volgens mij is het belangrijk werk.