Intensieve ...houderij

Al eens in een kantoor gewerkt met allemaal hetzelfde soort mensen? Saai hé? Of sprak u dat wel aan?

In de landbouw is al jaren duidelijk dat "veel van hetzelfde" funest is voor de vruchtbaarheid van de bodem. Alleen met variatie en afwisseling blijft de basis gezond. Rondom ons eigen voedingspatroon zijn we dat inmiddels blijkbaar vergeten want de "Schijf van vijf" is weer van stal gehaald. Zo niet onze koeien. In de wei wandelende runderen is een zeldzaamheid geworden. Dat schijnt niet efficiënt te zijn. Koeien produceren beter door binnen te blijven. Dat moet een korte termijn gedachte zijn, want op de iets langere duur zal zich dit gebrek aan variatie en beweging wreken. De verregaande specialisaties hebben geleid tot te veel van hetzelfde. En iets met te is nooit goed (behalve tevreden!?).

De monocultuur in de kippenhokken is een broedplaats voor vogelpest. Monocultuur in de varkensstal komt regelmatig neer op varkens pesten en gekke koeien hebben we door eenzijdig en verkeerd veevoer. Boeren en tuinders weten dat ze terug moeten naar een nieuwe vorm van gemengd bedrijf.

Monocultuur en gemengd bedrijf zijn begrippen die ook buiten de landbouw tot inzicht kunnen leiden. Want hoe gaan we om met onze scholen? Monocultuur in leeftijds- en ontwikkelingsgelijke klassen. Niets meer of minder dan een intensieve leerlinghouderij. En in de zorg voor ouderen? Tot nu toe is dat vooral ook een monocultuur. Terwijl iedereen het als een schrikbeeld ziet om te eindigen in zo'n bejaardentehuis. We blijven veel liever op ons zelf wonen, in een straat waar nog eens wat gebeurt, waar leven is en dynamiek. Weg dus met die intensieve bejaardenhouderij. En dan het bedrijfsleven. Werkt u in een intensieve werkplekhouderij? Een intensieve ambtenarenhouderij, of een intensieve telefonisteshouderij?

Deze monocultuur heeft zijn beste tijd gehad. Dat constateert ook Richard Florida in zijn boek 'The rise of the creative class'. De steden die een open samenleving kennen en veel variatie hebben in de samenstelling aan mensen, beroepen en culturen staan er economisch gezien het beste voor. Daar wonen namelijk ook de creatiefste geesten en zij zorgen voor de groei in de economie. Organisaties zouden daar een voorbeeld aan moeten nemen en variatie en pluriformiteit moeten faciliteren. Ik hoop dat 2005 een voedingsbodem zal blijken te zijn voor een rijk gevarieerde opbloei van onze maatschappij.

En dat de energie rond de moord op Theo van Gogh ons niet alleen maar verder de monocultuur in zal zuigen. We hebben nu genoeg ellende gezien van het mono denken en het buitensluiten van anderen. Laten we de variatie omarmen.

< terug naar columnoverzicht