Erick Wuestman: interieurarchitect met innovatieve visie op kantoorinrichting

Het dynamische kantoor van de toekomst

Meestal gaat het als volgt: een bedrijf huurt nieuwe kantoorruimte en richt aan de hand van de vierkante meters de ruimte in. Hoe krijg ik zoveel mogelijk personeel op een vierkante meter?

"Makelaars denken vaak alleen aan de fysieke mogelijkheden van het gebouw en het aantal vierkante meters. Als ik erbij word betrokken, staat de ruimtelijke organisatie al in grote lijnen vast ". Interieurarchitect Erick Wuestman (33) vindt dat hij vaak te laat wordt ingeschakeld.

Voordat bedrijven een kantoorruimte huren of laten bouwen moet men al uitvoerig nadenken over de inrichting. Wanneer je het woon-werkgebouw van Wuestman in het Achterhoekse Harfsen betreedt, stap je een dynamische wereld binnen. Met enige menselijke hulp rijden werkplekken je tegemoet. We staan in het mobiele kantoor van de (nabije) toekomst. Met simpele handbeweging zijn delen van het meubel inklapbaar. Erick Wuestman ijvert al sinds 1997 voor een flexibeler inrichting van kantoorruimte. Want de onderlinge werkverhoudingen veranderen snel. Teamwork wint het van de individuele benadering. Er is meer behoefte aan open communicatie. Computers en hun gebruikers worden mobiel. Aan de andere kant willen mensen wel op bepaalde momenten geconcentreerd kunnen werken. Wuestman heeft een totaalconcept ontworpen waarmee kantoorgebruikers uit de voeten kunnen: Working Apart Together met het zogeheten Cabrio-meubilair als instrument.

Working Apart Together
De Harfsenaar gruwelt bij de gedachte dat bij inrichting van kantoorruimte vaak alleen naar de vierkante meters wordt gekeken. Deze kortzichtige praktijken komt hij helaas nog te vaak tegen. "De makelaar krijgt geen handleiding van het bedrijf hoe de organisatie in elkaar steekt. Dat aspect is namelijk veel belangrijker dan het aantal vierkante meters. Je moet kritisch kijken naar het gebruik van het kantoor, de aard van de functies en stijl van werken". De interieurarchitect heeft een vooruitstrevende visie op kantoorinrichting. Zijn Working Apart Together-theorie' heeft al veel stof doen opwaaien. Tijdens de in maart geopende tentoonstelling 'Amazing Office' in Tilburg haalde Wuestman al de publiciteit met zijn kantoorconcept voor de toekomst. Het flexibel omgaan met de beschikbare kantoorruimte staat centraal in zijn visie. Gezien de toenemende dynamiek van bedrijfsmatige organisaties en het afnemende gebruik van een vaste werkplek wil de interieurarchitect af van een traditionele inrichting van kantoren.

Cabrio-bureau
Overigens is de link met de wissel-werkplekken in bijvoorbeeld het Interpolis-kantoor gauw gelegd, maar dat is ten onrechte. "Die plekken geven slechts tien procent van de gehele oplossing. Bovendien heb ik een groot probleem met deze methode: je slaat de vertrouwde grond onder de werknemers weg. Mensen hechten zich namelijk aan hun werkplek, aan hun collega's op die afdeling. Dat moet je iemand niet wegnemen, vind ik. De wissel-werkplek heeft (gelukkig wel!) een revolutie teweeggebracht in kantoorinrichting, maar het is wat mij betreft helemaal niet flexibel." Wuestman vindt dat de kantoorgebruiker zijn eigenheid moet behouden. Laat hem in zijn vertrouwde omgeving, maar richt die zo mobiel en flexibel mogelijk in zodat er nuttig en efficiënt gebruik kan worden gemaakt van de ruimte. De zogeheten Cabrio meubels zijn eenvoudig en snel te verplaatsen. Telkens kunnen nieuwe opstellingen worden gecreëerd. Een Cabrio-bureau heeft een rond scherm van polyester dat kan dienen als geluidwerend element. Want niets is irritanter dan te worden afgeleid door ratelende faxen, collega's of telefoons. "Onderzoek van TNO heeft uitgewezen dat deze werkplek ideaal is voor geconcentreerd werken. Waar dat in een kantoortuin niet kan, omdat je constant wordt afgeleid door omgevingsgeluiden, lukt dat in mijn concept wel. Niettemin is door mij ontworpen kantoorruimte heel open, waardoor je de inrichting makkelijk kan aanpassen en mensen in staat worden gesteld direct met elkaar te communiceren." Verder biedt het Cabrio-bureau uiteraard opbergruimte. Het werkblad is in delen neerklapbaar en kan in hoogte worden versteld. Het ronde scherm is uiteraard ook inklapbaar via een simpele handbeweging. Een ingeklapte Cabrio verbruikt nog slechts 0,6 m2 ruimte, heel wat minder dan een vast bureau dat minstens negen m2 in beslag neemt. Uiteraard blijft de meubelcollectie niet alleen beperkt tot bureaus, maar heeft Wuestman ook mobiele en inklapbare bijzettafels en kasten ontworpen. De interieurarchitect erkent dat de meubels aan een technische renovatie toe zijn. "De meubelindustrie is toch redelijk productgericht, dus wat dat betreft kan men zich op de Cabrio nog uitleven", zegt hij met cynische ondertoon.

Wissel-werkplek
Helaas voor Wuestman is het Working Apart Together tot dusver in een handvol kantoren toegepast. Bedrijven zijn huiverig. Onbekend maakt onbemind. "Het valt mij tegen dat mensen per definitie niet innovatief zijn ingesteld. Veel bedrijven willen nu die wissel-werkplek imiteren. Geloof het of niet, maar veel opdrachtgevers vragen me letterlijk of ik ook niet zo'n 'Interpolis-verdieping' kan ontwerpen. Tja, dan sla je toch de plank voor een hoop bedrijven mis". Een recent verschenen onderzoek van de afdeling ergonomie van TNO Arbeid geeft echter hoop. "TNO is dolenthousiast". De Arbo-dienst heeft drie Cabrio-meubels gekocht. Deze instanties willen als een soort ambassadeur richting het bedrijfsleven fungeren. Tevens merk je dat bekende facility management organisaties als FMH steeds vaker de rol innemen van de makelaar. Het verschil is dan dat FMH zich eerst in de organisatie verdiept, daar een pakket van eisen voor opstellen, er vervolgens passende huisvesting bij zoekt daarna het plan verder ontwikkelt. Via die volgorde moet je werken", benadrukt Wuestman. Je merkt aan Erick Wuestman dat kantoorinrichting zijn passie is. Urenlang kan hij erover filosoferen. De dynamiek boeit hem. Bedrijfsorganisaties veranderen voortdurend, kantoren moeten in de maalstroom meegaan. Desalniettemin zit er weinig schot in. De meeste kantoren worden nog traditioneel ingericht, waar weinig aandacht wordt besteed aan het welzijn van zowèl het collectief als het individu. Ofwel personeel wordt letterlijk van elkaar gescheiden door vele wandjes (het cellensysteem) of we zetten mensen op elkaars lip in kantoortuinen waar de sfeer meer weg heeft van een kippenren dan een rustgevend kantoor. "Een van de hindernissen voor toepassing van het Cabrio-concept zijn de vele aannames waar een organisatie tegen aanloopt. Ik noem bijvoorbeeld de vaste stroomgeleiding via de reeds aangebrachte wandgoten. In een accountantskantoor die ik help inrichten zitten in het plafond boxen van waaruit een slurf naar het bureau wordt geleid. In die slurf zitten zowel data, stroom en telefoonkabels. Op het bureau wordt deze slurf vastgeklemd op het werkblad. De slurf kun je zo losmaken en verplaatsen naar een andere plek. Dat is een flexibel systeem". Bovendien lopen er geen draden over de vloer.

Sta-werkplekken
Ondanks die typerende voorzichtigheid waarmee de Nederlandse maatschappij de Working Apart Together-theorie benadert, voorziet Wuestman grote mogelijkheden voor de toekomst. "Werknemers maken minder gebruik van een vaste werkplek. Waar buitendienstmedewerkers vroeger op kantoor orders verwerkten, loggen ze nu elders in op een laptop. Organisaties worden steeds dynamischer. Daaraan moet de werkomgeving zich aanpassen". Een andere gegronde reden voor het inrichten van een flexibele werkplek is van medische aard. RSI is een snel opkomende arbeidsziekte, waarbij door repeterende bewegingen stekende pijn in hand -, nek-, schouder-, en armgewrichten wordt veroorzaakt. Wuestman heeft sta-werkplekken ingericht om afwisseling in de werkhouding te bevorderen. Op die tafel kan je bijvoorbeeld de printer neerzetten. "Staande kan iemand de uitdraai bekijken, waardoor hij achter het bureau weg is. Die tafel kun je met z'n zevenen gebruiken, zodat ook onderling contact bestaat tussen de collega's. Dat bevordert de werksfeer, waardoor de motivatie om beter te presteren wordt verhoogd".

Auteur: Marcel van Rijnbach

< terug naar artikeloverzicht