Werkplekken lijken allemaal op elkaar. Hieraan gaat een einde komen als het aan Erick Wuestman ligt. Met zijn werkplekfilosofie ziet geen kantoor er hetzelfde uit. Het creëren van stimulerende werkomgevingen is zijn specialisatie. "De kantoormachine moet goed kunnen werken".
"Innoveren is een noodzaak", vindt Erick Wuestman uit Harfsen, die naast interieurarchitect ook docent is aan een opleiding voor kantoorinrichting en vaak lezingen over kantoorinnovaties geeft. De informatie-overload vereist bijvoorbeeld flexibiliteit van huisvesting, werkwijze en vooral van mensen.
Reptiel en zoogdier
Om de werknemer zo goed mogelijk te laten functioneren bedacht Wuestman een werkplekfilosofie ondersteund door biologische feiten. Hij verdeelt de hersenen in drieën: het reptielenbrein, het zoogdierenbrein en het menselijk brein. Het reptielenbrein roert zich als de basisbehoeften onvervuld zijn; bijvoorbeeld bij kou, honger of een gevoel van onveiligheid. Het zoogdierenbrein zorgt voor het overleven van het soort. Het werkt goed bij aangeleerd gedrag, zoals autorijden of routinewerk op de computer. Het menselijk brein zorgt tenslotte voor het overleven van de cultuur. Op 11 september 2001 viel dit brein volgens hem bij iedereen uit. "Aan strategieën en lange termijnplanning werd niet meer gedacht en aandelen werden massaal gedumpt. Mensen veranderden in angsthazen en woestijnratten, die na een tijd weer hun kop boven het zand staken en zagen dat er toch niet zoveel veranderd was."
"Bij veranderingen zit het zoogdierbrein de mens in de weg", stelt Wuestman. Daarom zijn werknemers vaak niet blij met een ander computerprogramma waar ze op moeten leren werken. Ook als er ineens flexibel gewerkt moet gaan worden staat de gemiddelde werknemer niet te springen. Als het territorium, de werkplek, eigen kamer en de kast ineens moeten worden opgegeven, betekent dit een enorme verandering. Daarom worden goede argumenten niet gehoord als de werknemer voor het eerst de slechte boodschap verneemt. Angst is immers de eerste reactie. De werknemer wil weten wat de verandering voor hem betekent en zet zijn hakken in het zand. De remedie volgens Wuestman: "Draagvlak creëren op zoogdierniveau." In de praktijk betekent dit, dat de werkgever vertrouwen moet kweken bij de werknemer door behapbare stappen te nemen.
Oplappen
"Bij de inrichting van een kantoor wordt vaak alleen nagedacht over het aantal benodigde tafels en stoelen. Het stimuleren van de organisatie krijgt hierin geen plek," zegt Wuestman. Hij vat zijn werkplekfilosofie samen in het woord o.p.l.a.p.p.e.n. De eerste vier letters staan voor de strategie van het inrichten, te beginnen met de o van organisatieanalyse. In tegenstelling tot een architect die voornamelijk met de buitenkant van een gebouw bezig is, is een interieurarchitect dienstbaar bezig. De organisatieanalyse is dus heel belangrijk om uit te vinden wat belangrijk is voor een organisatie en het personeel. Wuestman gaat daarna verder met de p van plekkenplan, de plaats waar je plekken wilt invullen. De l staat voor landing sites, een 3D-vertaling van verschillende functies als zitten, spullen neerleggen en opbergen. De a staat voor architectuur; het vormgeven van ruimtes, bijvoorbeeld akoestisch, visueel, sfeermatig. De laatste vier letters bij het oplappen zijn belangrijk voor de inkoop: programma van eisen, producten, eigen interpretatie en nieuwe situatie.
Uitbundig
Het "oplappen"-concept is niet alleen geschikt voor nieuwe kantoren, maar ook voor bestaande. Zo kan met kleur de afscheiding voor verschillende functies duidelijk worden gemaakt. Een rode ruimte staat dan bijvoorbeeld voor vergaderen en een blauwe kleur voor een stilteplek. Ook de keuze en opstelling van het meubilair kunnen functies aangeven. Werkplekken voor ambulante werknemers die snel even binnenlopen; een clean room die makkelijk schoon te maken is, of uitbundige kleuren voor de creatieve marketingafdeling of juist voor bepaalde gebieden in de accountantsvleugel, allemaal verenigd in één kantoor. Wuestman gaat altijd uit van een werkomgeving die gerelateerd is aan verschillende activiteiten en niet van het cellenkantoor. "Met goede spullen alleen bereik je geen betere resultaten."
In het werkplekkenconcept wilde Wuestman het geautomatiseerde gedrag van werknemers aan de kant schuiven. Zelf denkt hij ook niet traditioneel. Bij de term "vergaderen" ziet hij meer een ontmoetingsruimte dan de ovale tafel met stoelen als vergaderzaal. In een dergelijke zaal voelen mensen zich vaak niet op hun gemak; ze laten de baas aan het woord. Betere ideeën komen vaak in informeel overleg, bijvoorbeeld aan een statafel in de kantine. Wuestman noemt dit een voorbeeld van "emotionele ergonomie". Een ander voorbeeld hiervan is het gemiddelde lichtplan. Buiten is het boven helder en onder donker. In veel kantoren echter straalt slechts tl-licht naar beneden, wat mensen een gevoel geeft van een donkere hemel in plaats van daglicht. Daarom vindt Wuestman het belangrijk om een plafond te verlichten, waardoor het licht naar beneden wordt teruggekaatst. Op die manier wordt de natuurlijke situatie nagebootst en klopt met de beleving. "Het kantoor wordt dus op zoogdierniveau aangepast." Met zijn kantoorconcepten wil Wuestman de creativiteit van mensen vergroten; uit onderzoek zou blijken dat een "zoogdiervriendelijke" inrichting voor veertig procent de succesfactor van de organisatie bepaalt. Een cijfer om rekening mee te houden.
Simone Beemster